Petit Goave
Petit Goave is van de drie plaatsen de ergste die ik gezien heb. Er is hier nog het minste gebeurd. Eigenlijk is er nog heel weinig gebeurd. Een ander kamp, vlakbij, heeft drie sponsoren. Het is redelijk complex om e.e.a. uit te leggen maar een kamp wordt min of meer geadopteerd. Wanneer een kamp geadopteerd wordt, wordt het ook geregistreerd als kamp. Waarom dit kamp officieel nog niet geregistreed is, is niet duidelijk. De enige die tot nu toe iets gedaan heeft, is het Leger des Heils. Niks officieels. Aangezien er een aantal bewoners van het kamp (in totaal zo’n 1200) gelieerd zijn met het Leger, gaan we proberen om er geld voor vrij te maken. Al rond lopend (er staan ook nog huizen tussen die met de aardbeving zijn blijven staan) waande ik me in de 19e eeuw. Het kamp loopt langzaam omhoog. Beneden was er een markt waar geiten, ezels, paarden en kippen tussen door scharrelden. Zo anders. Er zijn voor rampgebieden normen. Een van deze normen is dat er op elke 20 mensen die in zo’n gebied verblijven, er een toilet moet zijn. Op dit kamp is 1 (één !) oud hok met een gat in de vloer. Nogmaals 1200 mensen, 1 toilet. Douches (of iets wat er op lijkt) zijn er 0 (nul !) Water moet gehaald worden in het andere kamp. Toch al gauw 1 kilometer lopen met een emmer op het hoofd. Sommige dingen zijn onbegrijpelijk. Dit is er voor mij eentje.
Hoe rijk zijn wij dan toch !
Het korps en de kerk zijn redelijk gespaard gebleven. Vroeger heb ik op een jongensschool gezeten met een binnenplaats. Ik kreeg hier een beetje het zelfde gevoel. Het voelde op een of andere manier vertrouwd. Er zijn 2 kleine schoolklassen voor 220 kinderen. Er worden daarom lessen in ploegen gegeven. Er zijn 8 onderwijzers hier voor aangesteld. Verder is er een kleine kamer waar een dokter spreekuur houdt. Er komen dagelijks 50 mensen bij deze dokter. De kamer wordt tevens gebruikt als opslagruimte voor babyvoeding. Een kast is er niet. Daarom liggen verband en medicijnen (paracetamol en een antibiotica) gewoon op een tafel. De deur kan niet op slot. Kinderen lopen in en uit... Een ding is zeker: de vrouw van de kapitein (korpsofficier) kan geweldig koken. Ze stond erop dat we bleven lunchen. Durf dan maar eens nee te zeggen. Alles wordt in de buitenlucht klaar gemaakt en is vers! Het heeft wel twee uur geduurd voor dat het klaar was maar het was de moeite waard. Rijst met bonen, al het weinige vlees wat voorhanden was, een soort gebakken banaan. Zo simpel, zo lekker en zo gegund. Het is bijna genant dat ze het beetje wat ze hebben ook nog weggeven. De reis naar Petit Goave was gevarieerd. Wegen zijn slechter dan in de omgeving van Jacmel en Port-au-Prince. In de film of op TV zie je weleens wegen die half weggeslagen of verzakt zijn. Hier is het echt zo. Een brug was niet begaanbaar. Daarom moesten we letterlijk met de auto door de rivier. Stoerder kun je het toch niet hebben. Onderweg hebben we ook nog een frontale botsing gezien tussen een busje en een pick up. Enkele doden zijn hier zeker bij gevallen. We hebben nog overwogen om te helpen maar het stond al vol met hulpverleners. In ieder geval mensen die er rond liepen. Ook hier was de natuur adembenemend. De weg tussen Port-au-Price en Petit Goave loopt grotendeels langs het water en een beetje door de bergen. Geweldige bananenplantages gezien. Mensen wonen hier in tenten op deze plantages. Naar mijn gevoel is hier de armoede groter dan in Jacmel en Port-au-Prince. Als je hier echt diep over na gaat denken hoe dit ooit goed moet komen en wie deze mensen het steuntje in de rug moet gaan geven... Hoe rijk zijn wij dan toch!

