Van Veldhoven wil textielrecycling verder van de grond krijgen

16-11-2018

Een mogelijk gebrek aan transparantie in de textielketen baart staatssecretaris Van Veldhoven zorgen. Indien nodig, gaat ze dit nader onderzoeken. Ook wil ze de textielrecycling naar een hoger plan tillen. 

Textielrecycling zou op veel grotere schaal moeten plaatsvinden. Die mening deelt staatssecretaris Van Veldhoven met ChristenUnie-Kamerlid Carla Dik-Faber. Volgens een bericht onlangs van Simon Smedinga, operationeel directeur van Leger des Heils Reshare, is 40 procent van de afgedankte kleding niet meer als tweedehands te verkopen in Nederlandse tweedehandswinkels. Bovendien is de recycling van textiel moeizaam. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de samenstelling van grondstoffen op kledinglabels vaak niet klopt en er vaak geen sprake is van 100 procent katoen of wol. Voor Dik-Faber vormde het bericht aanleiding om de staatssecretaris te bevragen over textielrecycling. 

Schaal 
Dat een deel van het afgedankte textiel niet herbruikbaar is hoeft op zichzelf geen probleem te vormen, vindt Van Veldhoven, mits dit gerecycled kan worden. De recycling heeft echter nog niet voldoende schaalniveau. Daarnaast baart dat labelprobleem haar zorgen. “Dit zou betekenen dat er een gebrek aan transparantie is in de textielketen, wat voor alle ketenpartijen een probleem vormt. Retailers en consumenten die proberen duurzamere kleding (in) te kopen worden hiermee ook benadeeld.”Van Veldhoven gaat hierover in gesprek met de kledingbranche om te kijken of nader onderzoek nodig is. 

Om de recycling verder van de grond te krijgen en innovatie (bijvoorbeeld chemische recycling) te stimuleren, werkt de bewindsvrouw op dit moment aan een Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie voor 2019-2023, waarin ze samen met de andere partijen uit het Grondstoffenakkoord concreet zal aangeven welke acties wij ondernemen. Hierin krijgt ook de textielketen een plek en er zijn middelen beschikbaar gesteld uit de klimaatenveloppe. Daarnaast is het ministerie in gesprek met marktpartijen om te verkennen wat er aanvullend nodig is om de inzameling, sortering en recycling van textiel naar een hoger plan te tillen. Verder worden begin 2019 de resultaten verwacht van het European Clothing Action Plan (Ecap) waaraan Rijkswaterstaat als partner meewerkt. 

Problemen aan de bron 
Om de problemen aan de bron (productie van laagwaardige kleding) aan te pakken wijst Van Veldhoven op het IMVO Convenant Duurzame Kleding en Textiel. Daarin wordt van deelnemende bedrijven verwacht dat zij hun productieketen verduurzamen. Verder is het ministerie van IenW dit jaar gestart met gesprekken met de brancheverenigingen om het vraagstuk van laagwaardige kleding aan te kaarten. Verder belooft Van Veldhoven met het Transitieteam Consumptiegoederen, met de betreffende sectoren en met de Europese Commissie te verkennen of een minimumpercentage gerecycled textiel het beste instrument is om tot meer toepassing van textielrecyclaat te komen. 

Microvezels 
De microvezels die bij het machinaal wassen van synthetische kleding vrijkomen, vormen een van de belangrijkste en moeilijkst te bestrijden bronnen van de plasticsoep, aldus de Plastic Soup Foundation. Het zou gaan om miljoenen vezels per wasbeurt en die vezels zijn zo klein dat ze onmogelijk allemaal uit het afvalwater gehaald kunnen worden. In Californiëwas een wetsvoorstel ingediend om alle synthetische kleding verplicht te voorzien van een waarschuwing. Kleding die voor minimaal 50 procent synthetisch is, moet een label krijgen waarop wassen met de hand wordt aanbevolen.     

In Nederland heeft de staatssecretaris, om meer duidelijkheid te krijgen over het aandeel van microvezels uit synthetische kleding, het RIVM gevraagd te komen met een discussienotitie, waarin alle feiten over dit onderwerp op een rij worden gezet. De notitie wordt naar verwachting nog dit jaar opgeleverd. Als hieruit blijkt dat synthetische kleding inderdaad een substantiële bijdrage levert aan de plastic soep problematiek, dan is Van Veldhoven bereid verschillende oplossingsrichtingen te verkennen en beoordelen op basis van haalbaarheid en effectiviteit. “Te denken valt aan gedragsverandering waar handwassen er mogelijk een van is, maar ook aan technische oplossingen zoals filtersystemen in de wasmachine of preventie door het uitfaseren van bepaalde materialen bij productie.”Ze wijst erop dat het wetsvoorstel in Californiëniet is aangenomen, mede wegens onvoldoende bewijs van effectiviteit. 

BRON: afvalonline.nl